| 1. REGLEMENTAIRE BEPALING
1.1. INSCHRIJVINGEN
Kinderen die 6 jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar zijn gebonden aan de leerplicht. Deze leerplicht wordt meestal volbracht in een school. De schoolkeuze is voor alle ouders vrij. Kinderen kunnen enkel in de basisschool voor kinderen met een auditieve of visuele beperking ingeschreven worden wanneer zij beschikken over een attest type 6 (visuele beperking) of type 7 (auditieve beperking). Het attest wordt uitgeschreven op basis van een medisch verslag waarin staat dat zij auditief of visueel beperkt zijn. Dit attest moet bevestigd worden door een CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) met een inschrijvingsverslag.
Een leerling die het buitengewoon onderwijs volgt kan één of (uitzonderlijk) twee schooljaren langer in het kleuter of lager onderwijs blijven, mits goedkeuring van de klassenraad.
Kleuters vallen niet onder de leerplichtwetgeving. Een leerling van 6 jaar die nog kleuteronderwijs volgt, is echter gebonden aan de schoolplicht en moet dus alle activiteiten van het lessenrooster volgen. Een leerling van 5 jaar die overstapt naar het lager onderwijs is ook onderworpen aan de leerplicht.
Bij de inschrijving verklaren de ouders van een nieuw ingeschreven kind in het vrij onderwijs zich akkoord met het pedagogisch project en ondertekenen het schoolreglement ‘voor akkoord’. Het getekende document wordt bewaard in het schooldossier van het kind.
Een leerling kan buitengewoon lager onderwijs blijven volgen tijdens het schooljaar dat aanvangt in het jaar waarin hij 13 wordt. De inschrijving kan daarna nog met één schooljaar verlengd worden. Na kennisname van het advies van de klassenraad en het CLB nemen de ouders daarover een beslissing.
1.2. AANWEZIGHEID
Ieder kind dat aanwezig is neemt deel aan alle lessen (bijv. bewegingsopvoeding, zwemmen,…) en activiteiten (bijv. verkenningen in de lessen van wereldoriëntatie).
Gezien wij een vrije basisschool zijn met een katholieke overtuiging, wordt van alle ingeschreven leerlingen verwacht dat zij de godsdienstlessen bijwonen. Wie een andere geloofsovertuiging heeft, hoeft - mits een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van de ouders - de viering niet bib te wonen. De directeur bespreekt deze aanvraag samen met de ouders.
Allerlei activiteiten: een didactische uitstap, een sportdag, de viering van het kerstfeest,… worden als een normale schooldag gezien. Ze geven de kinderen de kans zich te verrijken en verder te ontwikkelen.
Indien een kind om een ernstige reden niet aan één van de activiteiten kan deelnemen, is vooraf overleg met de directeur nodig.
1.3. AFWEZIGHEID TIJDENS LESUREN
De aanwezigheid van uw kind op school heeft gevolgen voor het verkrijgen en behouden van de schooltoelage en voor de toelating tot het eerste leerjaar. Wij verwachten dan ook dat uw kind dagelijks en op tijd op school is. Indien uw kind niet aanwezig is, dient u de school voor 9u te verwittigen.
1.3.1. Bij ziekte
De afwezigheid van een leerling, tot en met 3 opeenvolgende kalenderdagen, moet gerechtvaardigd worden door een verantwoording, geschreven door de ouders. Formulieren hiervoor worden meegegeven bij het begin van het schooljaar.
Bij een langere afwezigheid, meer dan 3 kalenderdagen, is een medisch attest vereist. Dit geldt ook voor kleuters.
Wat uitleg bij een kalenderdag: wanneer een leerling op vrijdag afwezig is wegens ziekte en op maandag nog niet naar school kan komen wegens ziekte, dan zijn dat 4 kalenderdagen: vrijdag, zaterdag, zondag, maandag. De leerling moet dus een medisch attest hebben.
De ouders kunnen per schooljaar zelf slechts 4 maal een afwezigheidbriefje schrijven. Wanneer een kind voor de vijfde keer ziek is, moet er een medisch attest zijn, zelfs al voor één dag.
1.3.2. van rechtswege gewettigde afwezigheden
Om volgende redenen kan een afwezigheid van rechtswege gewettigd worden:
- Het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind of van iemand die bloed- of aanverwant is van het kind.
- Het bijwonen van een familieraad.
- Het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van bijzondere jeugdzorg en/of jeugdbescherming.
- Onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (staking, overstroming,…)
- Officiële feestdagen verbonden aan de levensbeschouwing van uw kind. Enkel de door de grondwet erkende godsdiensten komen hiervoor in aanmerking.
- Voor elke afwezigheid bezorgt u aan de school zo vlug mogelijk een officieel document of een geschreven verantwoording.
1.3.3. Afwezigheden met toestemming van de directeur
Enkel mits uitdrukkelijke toestemming van de directeur, op voorhand verleend en in uitzonderlijke omstandigheden, kan uw kind afwezig zijn wegens persoonlijke redenen. Het kan gaan om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar, al dan niet gespreid.
Er kan geen toestemming gegeven worden om vroeger op vakantie te vertrekken of later uit vakantie terug te keren. De leerplicht loopt van 1 september tot 30 juni. Wanneer een leerling dit toch doet, wordt deze vorm van afwezigheid beschouwd als problematisch.
De school is verplicht alle afwezigheden te registreren. De afwezigheden die niet gewettigd kunnen worden zijn problematische afwezigheden. Zodra een kind meer dan 10 halve schooldagen onwettig afwezig is, wordt dit gemeld aan het CLB. Samen met de school stelt het CLB een daadwerkelijk begeleidingsplan op in het belang van het kind en zijn kansen en recht op onderwijs.
Dit wordt voorgelegd aan de verificateur. Bij het niet naleven van de afspraken wordt hiervan melding gedaan bij de gerechtelijke diensten.
1.3.4. Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking
Ook deze ouders moeten erop toezien dat hun kind elke dag op school aanwezig is. In uitzonderlijke omstandigheden kan het onvermijdelijk zijn dat het kind met de ouders meereist. Deze situaties moeten met de directie op voorhand goed besproken en schriftelijk bevestigd worden.
1.4. ADMINISTARTIEF DOSSIER
De school verwerkt persoonsgegevens van alle ingeschreven leerlingen met behulp van de computer. Dat is nodig om de leerlingenadministratie en de leerlingenbegeleiding efficiënt te organiseren. Deze gegevensverwerking is onderworpen aan de privacywet. De ouders hebben het recht te weten welke persoonsgegevens de school verwerkt. Zij hebben het recht deze gegevens in te kijken en zo nodig te laten verbeteren. Van sommige leerlingen verwerkt de school bovendien medische gegevens. Dit mag uitsluitend met de toestemming van de betrokken leerlingen of hun ouders en moet de school in staat stellen risicosituaties te voorkomen en gepast op te treden als deze leerlingen gevaar lopen.
1.5. SCHOOLVERANDERING
Elke schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni moet schriftelijk meegedeeld worden aan de directie van de nieuwe (inschrijvende) school door de directie van de oorspronkelijke (uitschrijvende) school. De nieuwe inschrijving is geldig vanaf de eerste schooldag na deze mededeling. Deze inschrijving moet dus niet door de ouders geregeld worden, maar is de taak van de directie van de uitschrijvende school.
Een schoolverandering van gewoon onderwijs naar de basisschool Spermalie is slechts mogelijk als de leerling over een attest van type 6 of 7 beschikt en over een inschrijvingsverslag waaruit blijkt dat buitengewoon onderwijs (BuO) voor hem is aangewezen.
2. WEEKROOSTER
De lessen beginnen op maandag om 10.15u en op andere lesdagen om 8.45u. Ouders die hun kind zelf naar school brengen, zorgen ervoor dat hun kind 10 minuten vóór het beginuur aanwezig is.
De lessen eindigen op maandag, dinsdag en donderdag om 16.15u en op woensdag wordt een namiddagprogramma voorzien door het MPI (Medisch Pedagogisch Instituut) voor alle leerlingen (semi-internen en internen).
Op vrijdag eindigen de lessen wat vroeger, om 15.10u. Op vrijdagnamiddag kunnen de kinderen afgehaald worden vanaf 15.25u. Ze mogen vóór 15.25u de school niet verlaten.
Maandag |
Dinsdag |
Woensdag |
Donderdag |
Vrijdag |
10.15u - 16.15u |
8.45u - 16.15u |
8.45u - 12.05u |
8.45u - 16.15u |
8.45u - 15.25u |
De uitzondering op maandag en vrijdag is er omwille van het wekelijks busvervoer van en naar huis.
3. VAKANTIEKALENDER
U krijgt een los blad met de vakantiekalender. De Raad van Bestuur kan zelf 2 vakantiedagen vastleggen. Daarom zal deze kalender er wellicht wat anders uitzien dan de vakantiekalender van de school in uw gemeente.
4. LEERLINGENVERVOER
Er is wettelijk een vergoeding voorzien voor de leerlingen die ingeschreven zijn in de dichtstbijgelegen school voor buitengewoon onderwijs van hun type.
Deze vergoeding kan zijn:
- Gratis collectief (bus)vervoer: de leerling maakt gebruik van het gezamenlijk vervoer, georganiseerd door de dienst leerlingenvervoer van het Departement Onderwijs. Enkel leerlingen die officieel ingeschreven zijn in de school kunnen gebruik maken van het collectief busvervoer.
- Een vergoeding voor het individueel vervoer naar school.
- Een abonnement op het openbaar vervoer.
Er zijn twee soorten collectief vervoer: dagelijks en wekelijks (maandagmorgen en vrijdagavond).
Per volledig schooljaar kiezen de ouders welke vorm van vervoer ze wensen, waarbij er geen combinatie mogelijk is tussen individueel vervoer en busvervoer!
Bij het begin van het schooljaar dienen de ouders schriftelijk hun keuze kenbaar te maken aan het secretariaat van de basisschool.
4.1. Leerlingen Die Naar School Komen Met Het Dagelijks Of Wekelijks Busvervoer
Het busvervoer gebeurt door verschillende busmaatschappijen. De firma ‘De Lijn’ is hiervoor verantwoordelijk. De Lijn krijgt de organisatie van het busvervoer toegewezen van de dienst leerlingenvervoer, een dienst van het Departement Onderwijs.
Op de schoolbus worden leerlingen vervoerd zowel van de basisschool als van de secundaire school van het K. I. Spermalie. Andere scholen voor buitengewoon onderwijs uit de Brugse regio maken ook gebruik van hetzelfde busvervoer (Het Anker, Ter Dreve en de Kaproenen).
Op elke bus is er naast de chauffeur een extra busbegeleider aanwezig. Het schoolbestuur is de werkgever van deze busbegeleiders. De directeur zorgt dat het dagelijkse en wekelijkse busvervoer vlot verloopt.
Ouders kunnen voor alle vragen en bedenkingen steeds terecht tijdens de kantooruren op het secretariaat van de basisschool of bij de directie.
Afspraken met de busbegeleiders:
- De begeleider waakt over de goede orde, de tucht en de rust gedurende de rit. De leerlingen krijgen een vaste plaats en moeten blijven zitten op de aangeduide plaats.
- Indien nodig, helpt de begeleider de leerlingen bij het in- en uitstappen.
- In afspraak met de directie en de ouders kan het zijn dat een kind geholpen wordt bij het oversteken van de straat. In principe begint en eindigt de taak van de busbegeleider aan de deur van de bus.
- Er mag nooit een kind afgezet worden aan een huis waar niemand thuis is. Wanneer niemand thuis is en na 5 minuten wachten er niemand opdaagt, wordt het kind verder meegenomen op de bus en terug aan school afgezet.
- Alleen de busbegeleider mag de ramen en deuren openen of sluiten.
- In alle omstandigheden (ongeval, defect,…) moet er toezicht uitgeoefend worden.
- Enkel personen die op de leerlingenlijst vermeld staan, worden toegelaten op de bus.
- Het is verboden te roken of te snoepen op de bus. Een flesje water is toegelaten, maar de leerlingen moeten hiervoor zelf instaan.
- Storend gedrag of een incident met een leerling moet altijd, zo snel mogelijk schriftelijk meegedeeld worden aan de directeur van de basisschool. De directeur kan allerlei maatregelen nemen. Desnoods kan hij leerlingen die storend gedrag vertonen, weigeren op de bus. Deze weigering kan tijdelijk of definitief zijn.
Afspraken met de ouders:
- De busrit ’s morgens en ’s avonds is en blijft een vervelende situatie: een tijdlang stilzitten, ’s morgens misschien nog moe zijn, ’s avonds zin hebben om te bewegen na een lange dag stilzitten,… De bus is een plaats bij uitstek waar allerlei kleine wrijvingen kunnen ontstaan.
Probeer zoveel mogelijk kleine incidenten uit te praten met de busbegeleider op het moment zelf.
- Verwittig vooraf de begeleider of het schoolsecretariaat wanneer uw kind de rit niet meemaakt.
- Wees stipt: als alle kinderen enkele minuten te laat klaar zijn, komt de bus nooit op tijd op school.
- Blijf beseffen dat van zodra uw kind van de bus stapt de verantwoordelijkheid van de begeleider eindigt.
Afspraken met de medewerkers (onderwijs en MPI):
- Medewerkers staan ’s morgens klaar om indien nodig leerlingen op te vangen die de bus verlaten. ’s Avonds begeleiden opvoeders de leerlingen tot aan de bus.
- Zij spreken regelmatig met de begeleider om zich te vergewissen van eventuele moeilijkheden op de bus.
Afspraken met de leerlingen:
De leerlingen moeten duidelijk weten en ondervinden dat de busrit verbonden is met het schoolleven. De directie neemt alle nodige maatregelen om moeilijke situaties op de bus te voorkomen of op te lossen. Eventuele maatregelen worden genomen in samenspraak met de ouders.
4.1. LEERLINGEN DIE DOOR DE OUDERS ZELF WORDEN GEBRACHT:
De directie vraagt dat de ouders hun kind niet vergezellen naar de klas. Ze kunnen hun kind afzetten in de hal of aan de deur van de leefgroep. Ouders die een leerkracht wensen te spreken kunnen telefonisch of schriftelijk een afspraak maken.
Ouders die om 16.15u hun kind afhalen kunnen dit eveneens doen in de hal. De leerkracht vergezelt zijn leerlingen tot daar zodat een eventueel contact mogelijk is.
4.2. LEERLINGEN DIE GEBRUIK MAKEN VAN HET OPENBAAR VERVOER:
Op het secretariaat zijn de nodige formulieren te krijgen in verband met het gebruik van het openbaar vervoer. In de praktijk gebeurt het echter zelden dat kinderen van de basisschool zich systematisch van en naar school verplaatsen met het openbaar vervoer.
5. OUDERCONTACTEN
5.1. DE SOCIALE DIENST
De gezinsbegeleider is de ‘brug’ tussen de ouders en K. I. Spermalie. Hij/zij is de eerst aangewezen gesprekspartner voor ouders.
5.2. GEORGANISEERDE OUDERCONTACTEN OP SCHOOL
Er zijn doorheen het jaar verschillende oudercontacten voorzien, specifiek voor onderwijs.
In het begin van het schooljaar nodigen wij alle ouders uit op een eerste oudercontact. In de loop van het jaar zijn nog 2 oudercontacten (zie verder).
Er is een algemene regeling uitgewerkt voor gescheiden ouders die dezelfde rechten hebben. Het uitgangspunt hierbij is dat de vader en de moeder in eerste instantie steeds gezamenlijk uitgenodigd worden.
- Indien beide ouders gezamenlijk aanwezig zijn, kunnen daarbij de respectievelijke nieuwe partners enkel aansluiten mits instemming van beide ouders.
- Indien het niet mogelijk is om met beide ouders samen rond de tafel te zitten, zal de gezinsbegeleider met de ouders en het team zoeken naar een overeenkomst over een aantal afspraken.
- Indien geen overeenkomst bereikt wordt, zal de directie een beslissing nemen over de te volgen regeling. Daarbij blijven we ervan uitgaan dat er informatie is voor en dialoog met beide ouders.
Deze regeling is van toepassing op leerling- of rapportbesprekingen, individuele of collectieve oudercontacten op school, ouderavonden, vieringen,… Deze regel is niet toepasbaar op grote opendeuractiviteiten zoals het Spermaliefeest of gezamenlijke activiteiten voor de hele basisschool (bijv. musical).
5.3. AFSPRAAK MET MEDEWERKERS
Het is tijdens het schooljaar altijd mogelijk om met medewerkers te spreken.
Daartoe kunnen de ouders vooraf een afspraak te maken. Dit kan rechtstreeks (telefonisch of schriftelijk) of via de gezinsbegeleider.
5.4. CENTRUM VOOR LEERLINGENBEGELEIDING (CLB): Onze school heeft daarvoor een contract met:
CLB Brugge(n)
Legeweg 83A
8200 Sint-Andries
050/ 440 220
brugge@clb-net.be
Het CLB draagt bij tot het welbevinden van de kinderen. Ze willen ouders en leerkrachten ondersteunen bij de opvoeding en begeleiding van kinderen op school en thuis.
CLB Brugge(n) doet een aanbod op het vlak van:
- leren en studeren
- het maken van goede studiekeuzes
- de lichamelijke ontwikkeling en de gezondheid
- het zich goed voelen op school en thuis
Het CLB-team bestaat uit een arts, verpleegkundige, maatschappelijk werker en psycholoog/pedagoog.
De arts en de verpleegkundige verzorgen de medische invalshoek. Op regelmatige tijdstippen zijn er medische onderzoeken, aangepast aan de leeftijd. Op deze manier worden bepaalde aandoeningen tijdig opgespoord en kunnen ze groei en ontwikkeling volgen.
De onderzoeken gebeuren op school. De ouders worden vooraf verwittigd en ontvangen een vragenlijst. Bij besmettelijke ziekten worden zonodig maatregelen genomen. U krijgt advies in verband met de nodige vaccinaties. Na uw toestemming kunnen de inentingen op school gegeven worden. Er wordt samengewerkt met de kinderarts van het MPI.
Het medisch onderzoek is verplicht. De ouders kunnen zich schriftelijk verzetten tegen het uitvoeren van een onderzoek door de CLB-arts van de school. In dit geval wordt het consult (binnen de 90 dagen) uitgevoerd door:
- ofwel een andere arts van hetzelfde CLB
- ofwel door een arts van een ander CLB naar keuze
- ofwel door een huisarts
Als een leerling verandert van school is het CLB van de vorige school verplicht het dossier van de leerling te bezorgen aan het nieuwe CLB. Indien u niet akkoord gaat met het doorgeven van alle informatie naar het nieuwe CLB, kan u zich daartegen verzetten. Daarvoor tekent u verzet aan bij de directeur van het vorige CLB.
Voor de leerlingen jonger dan 12 jaar gebeurt dit door de ouders.
U heeft daarvoor 10 dagen vanaf de inschrijving in de nieuwe school. In het geval van verzet zal het CLB alleen de medische gegevens en de gegevens in verband met de leerplichtcontrole doorsturen.
6. GRATIS ONDERWIJS, KOSTEN VOOR DE OUDERS
Per schooljaar vragen wij, zoals wettelijk bepaald:
- aan de ouders van kleuters: 20 euro
- aan de ouders van lagere schoolkinderen: 60 euro
We vragen u dit bedrag in september over te schrijven op de schoolrekening van de basisschool Spermalie: KB 470-0317851-06 (IBAN: BE85 4700 3178 5106) met de vermelding van de naam van uw kind.
Bijkomende kosten worden niet verrekend. Dat betekent dat er geen toegangs- of inschrijvingsgelden gevraagd worden. De school zorgt voor alle leermiddelen (boeken, schriften, schrijfgerief,…)
Er wordt ook geen extra bijdrage gevraagd voor allerlei feesten: sinterklaasfeest, kerstfeest, vieringen, attenties voor moeder- of vaderdag,… of andere activiteiten: sportdagen (2 per schooljaar), didactische uitstappen, activiteiten in het kader van muzische opvoeding, zwemlessen (tweewekelijks in ‘De Valkaart’ in Oostkamp),…
Sommige groepen van de lagere school plannen een meerdaagse uitstap buiten Spermalie. Voor deze buitenschoolse activiteiten kunnen wij een bijdrage aan de ouders vragen. Deze bijdrage mag in de 6 jaren van de lagere school samen niet meer dan 360 euro bedragen.
Voor de deelname aan deze buitenschoolse activiteiten is een schriftelijke toestemming of weigering vereist van de persoon/personen die de ouderlijke macht uitoefenen.
7. KLEDIJ
7.1. SCHOOLKLEDIJ
We verwachten dat de kinderen netjes, eenvoudig, stijlvol en hygiënisch gekleed naar de klas komen. Sloffen en gympantoffels worden niet toegelaten tijdens de lesuren. Een pet is voor buiten. Ook bij warm weer zitten de leerlingen met keurige bovenkledij in de les. Het uiterlijk mag geen middel zijn om zich te distantiëren van medeleerlingen. In die geest nemen wij duidelijk afstand van modetrends en/of ideologische bewegingen (haartooi, symbolen,…). We vragen uitdrukkelijk om sieraden te vermijden. Ze kunnen aan de oorsprong liggen van verlies, diefstal, beschadiging en zo ontstaan vaak moeilijkheden of ruzies. De directeur zal u aanspreken indien we vinden dat iets niet kan. We hebben oog voor een verzorgd voorkomen, het gebruik van een propere (papieren) zakdoek, regelmatig gewassen kledij,…
7.2.KLEDIJ VOOR LICHAMELIJKE OPVOEDING OF
BEWEGINGSOPVOEDING
De kleuters en leerlingen van de lagere school krijgen lichamelijke opvoeding in de gymzaal. Zij hebben hiervoor gympantoffels nodig die u zelf dient aan te schaffen. De overige gymkledij (een broekje en een T-shirt) wordt door de school verstrekt.
7.3. INTERNE LEERLINGEN
De interne leerlingen hebben kledij nodig voor één week, aangepast aan het seizoen. Het betreft ondergoed, bovenkledij, sokken, schoenen, slaapkledij,… Laarsjes zijn gewenst bij regenachtig weer.
8. AFSPRAKEN MET KINDEREN EN OUDERS
8.1. VERSNAPERINGEN TIJDENS DE SPEELTIJD
Tijdens de onderbrekingen van 10.35u en 14.45u kunnen de kinderen een versnapering gebruiken. Doorheen de week zijn dit 7 momenten. Voor hun gezondheid en eetlust vragen wij u enkel een kleine hoeveelheid (maximum 7 stukken) fruit of droge koeken mee te geven.
Snoep en drankjes zijn niet toegelaten.
8.2. GSM EN WAARDEVOLLE VOORWERPEN
Het gebruik van een GSM is op school niet toegelaten. Wanneer ouders beslissen om toch een GSM mee te geven (bijvoorbeeld omdat hun kind zelfstandig het openbaar vervoer neemt) brengen zij hiervan de directie op de hoogte. Dan kan een duidelijke afspraak gemaakt worden.
Waardevolle voorwerpen (juwelen, computerspelletjes, dure polshorloges, zakmes,…) worden niet toegelaten. Het risico op beschadiging of verlies is te groot. De school kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor het verlies.
8.3. ZAKGELD
De leerlingen hebben geen zakgeld nodig tijdens de week. Ze kunnen niet naar een winkel gaan om iets te kopen. Op school is het ruilen of verkopen van persoonlijk materiaal niet toegestaan.
8.4. SCHOOLMATERIAAL
In alle klassen staat naast het didactische materiaal dure technologische apparatuur: computers, printers, groepscommunicatie apparatuur (T7), brailleschriftapparaten, brailleleesregels (T6),…
Alle medewerkers en kinderen krijgen de richtlijn zeer zorgvuldig met het materiaal om te gaan.
Indien moedwillige beschadiging of vernieling door een leerling aangericht wordt, worden tuchtmaatregelen genomen en zullen de ouders schadevergoeding moeten betalen.
8.5. HOFFELIJKHEID EN NETHEID
Wij streven ernaar een nette, hoffelijke school te hebben. Alle medewerkers en leerlingen moeten hun steentje bijdragen. De leerlingen gedragen zich overal steeds beleefd, vriendelijk en correct tegenover de medewerkers en tegenover elkaar. Vrijpostig of uitdagend gedrag aanvaarden wij niet. Indien nodig overleggen we hierover met de ouders.
Ondanks alle goede zorgen kan het gebeuren dat uw kind luizen heeft. Kinderen met luizen gaan dagelijks op controle bij de verpleegsters op de medische dienst. Wij proberen dit hardnekkige probleem samen met u te bestrijden. De gezinsbegeleider zal zeker een stappenplan voorleggen.
9. EVALUATIE VAN DE KINDEREN
9.1. Huiswerk en studie
Naargelang het leerniveau geeft de leerkracht huiswerk. In het internaat is er ruimte en tijd voorzien om te studeren en huiswerk te maken onder begeleiding van de opvoeder.
Van de semi-internen wordt verwacht dat ze hun huiswerk thuis maken. Als leidraad dient de agenda. Verdere afspraken hierover kunt u maken tijdens het eerste contactmoment met de leerkracht en de opvoeder.
9.2. rapport – Evaluatie
9.2.1. Voorstelling van het groepswerkplan
Op het eerste infomoment stelt de leerkracht het groepswerkplan voor. De leerkracht deelt dan onder andere aan de ouders mee met welke leerstof hij dit jaar zal bezig zijn, wanneer toetsen gegeven zullen worden en hoe met de ouders zal contact genomen worden.
9.2.2. Tussentijdse en eindevaluatie
Alle ouders worden 2 maal per jaar op het instituut uitgenodigd om, en/of het rapport af te halen, en/of om een gesprek te hebben over de evolutie van hun kind.
Tijdens deze contacten is er mogelijkheid tot individueel gesprek met alle personen die de leerling begeleiden: de leerkracht, de therapeut(en), de opvoeders, de onderwijspedagoog, de CLB medewerker, directie, maatschappelijk werker,…
9.3. KLASSENRADEN
9.3.1. Bespreking van het individueel handelingsplan
Ieder jaar worden alle kinderen éénmaal besproken tijdens een multidisciplinair teamoverleg. Daarop zijn aanwezig: de klastitularis, de directeur of zijn afgevaardigde, de onderwijspedagoog (die de teambespreking leidt), de maatschappelijk werker, de opvoeder, het paramedisch personeel dat met het kind werkt. Dit kan zijn: de logopedist, de ergotherapeut, de kinesist, de motorisch assistent, de speltherapeut,… De vertegenwoordiger van het CLB is in principe aanwezig. De ouders worden door de maatschappelijk werker uitgenodigd om deel te nemen aan deze belangrijke bespreking.
9.3.2. Andere klassenraden
Normaal gaat jaarlijks nog een ‘gewone’ klassenraad door voor ieder kind. De directeur bepaalt, na advies van de klassenraad, in welke leergroep een leerling wordt opgenomen. Meestal valt deze beslissing na de laatste klassenraad van het schooljaar. Een verandering van leergroep kan uitzonderlijk ook tijdens het schooljaar gebeuren. Zo nodig worden de bevindingen van de klassenraad schriftelijk aan de ouders meegedeeld en tekenen ze voor kennisgeving. Indien de ouders en de klassenraad niet akkoord raken, kan dit voor de directie een reden zijn om verdere inschrijving in de school te weigeren. Hiervan worden de ouders schriftelijk binnen de 4 kalenderdagen op de hoogte gebracht.
9.4. overgangsprocedure
Tijdens het schooljaar waarin een leerling de leeftijd van 13 jaar bereikt, wordt de overgangsprocedure gestart. Bij sommige leerlingen kan dit al aan 12 jaar.
In het eerste trimester worden schoolvordering- en intelligentietesten afgenomen. Ondertussen neemt de maatschappelijk werker contact met de ouders om hun mening over de overgang van hun kind te kennen.
In het tweede trimester wordt een klassenraad gehouden. Daar worden alle bevindingen (resultaten en observaties) samen besproken. De klassenraad formuleert dan een advies van studierichting.
Dit advies wordt via de maatschappelijk werker en eventueel ook via een medewerker van het CLB aan de ouders meegedeeld.
In het derde trimester wordt dan de overgang concreet voorbereid. Indien de overgang naar de secundaire school van Spermalie gebeurt, wordt een kennismaking met en rondleiding in de secundaire school gepland. Ook de ouders krijgen de gelegenheid een bezoek te brengen aan alle diensten van de secundaire school.
9.5. getuigschrift of attest Basisonderwijs
Het schoolbestuur kan, op voordracht van de klassenraad en na goedkeuring van de inspectie, een ‘getuigschrift basisonderwijs’ uitreiken aan de leerling die regelmatig de lessen heeft bijgewoond en zich de leerstof, door het Departement van Onderwijs vastgelegd in de eindtermen, heeft eigen gemaakt.
Wanneer een leerling zich de leerstof van minimum het niveau vijfde leerjaar niet eigen gemaakt heeft, beslist de klassenraad aan de regelmatige leerling, een ‘attest van buitengewoon basisonderwijs’ uit te reiken. Op het attest worden het aantal en de soort van gevolgde schooljaren vermeld.
10. VERZEKERINGEN
De leerlingen zijn door de school verzekerd voor:
- lichamelijke ongevallen (LO)
- burgerlijke aansprakelijkheid (BA) (schade aan derden)
- rechtsbijstand (RB)
- De verzekering BA geldt tijdens het "schoolleven". De verzekering dekt ongevallen tijdens alle schoolse of naschoolse activiteiten die verband houden met de school ongeacht of ze plaatsvinden in of buiten de school, tijdens of na de lestijden, tijdens schooldagen of verlofdagen.
- De verzekering BA (bijv. een kind vernielt tijdens een leeruitstap een spiegel van een auto) is aanvullend. Dit betekent dat de schoolverzekering pas in werking treedt nadat de waarborgen van de eigen familiale verzekering zijn uitgeput.
- De verzekering LO en RB geldt tijdens het "schoolleven" en op "de weg van en naar school" (dus bijv. ook op de bus).
- De verzekering LO voorziet onder andere in terugbetaling van de kosten voor geneeskundige verzorging en tandprothesen.
- De bedragen gelden altijd na tussenkomst van het ziekenfonds.
- Een schadegeval LO moet altijd onmiddellijk aangegeven worden aan de medische dienst van het instituut. Een schadegeval BA moet altijd aangegeven worden aan de directie.
- De verzekeringspolis is afgesloten bij de KBC die garant staat voor en vlotte en soepele afwerking van elk schadegeval. De polisnummers zijn 38.101.364. en 38.101.368.
De leerlingen zijn door de school niet verzekerd voor:
- schade aan brillen en hoorapparaten;
- persoonlijk verlies of schade ten gevolge van eigen fout;
- persoonlijke orthodidactische hulpmiddelen of andere persoonlijke goederen (bijv. computer, brailleleesregel, zakrekenmachine, dictafoon,…). Deze worden op eigen risico gebruikt op school.
11.TIJDELIJK ONDERWIJS AAN HUIS
Een kind (kleuter of lager) dat 5 jaar geworden is voor 1 januari van het lopende schooljaar uit het buitengewoon lager onderwijs heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:
- De leerling is meer dan 21 kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval.
- De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de school waar de leerling ingeschreven is. Deze aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet kan bezoeken en toch onderwijs mag volgen.
- De afstand tussen de school en de verblijfplaats van de leerling bedraagt ten hoogste 20 km.
Om tijdelijk onderwijs aan huis te realiseren worden 4 bijkomende lestijden per week per leerling gesubsidieerd.
Er is geen wachttijd voor kinderen die na een periode van onderwijs aan huis binnen de 3 maanden opnieuw in hun ziekte hervallen.
Specifieke situatie bij chronische ziekte: een chronische ziekte wordt gedefinieerd als een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzaakt. Het gaat hier bijvoorbeeld om nierpatiëntjes of astmapatiëntjes. Deze kinderen hebben recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve schooldagen afwezigheid (dit is een schoolweek). Deze hoeven niet in een ononderbroken periode doorlopen te zijn. Er is wel een attest van de geneesheerspecialist nodig.
Tijdelijk onderwijs aan huis hoeft niet verplicht ‘aan huis’ gegeven te worden. Het kan ook in het ziekenhuis (indien er daar geen onderwijs aan zieke kinderen georganiseerd wordt) of bij familie waar het kind verblijft.
12. VRIJWILLIGERSWERK
De school maakt bij de organisatie van verschillende activiteiten gebruik van vrijwilligers.
Vrijwilligers dienen een ‘organisatienota vrijwilligerswerk’ te ondertekenen.
De vrijwilliger is verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid. Hij is ook verzekerd voor lichamelijke schade bij ongevallen tijdens de uitvoering van het vrijwilligerswerk of op weg naar en van de activiteiten. Ze zijn verzekerd binnen de schoolpolis van KBC.
De school is aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger aan derden veroorzaakt bij het verrichten van vrijwilligerswerk. In geval de vrijwilliger bij het verrichten van zijn vrijwilligerswerk de school of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor de zware fout. Voor de lichte fout is hij enkel aansprakelijk als die hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
De organisatie voorziet geen enkele vergoeding voor de vrijwilligersactiviteiten.
De vrijwilliger heeft recht op informatie over zijn activiteiten, de afbakening van zijn werkveld en de werktijden. In de eerste plaats is de directeur of een van de onderwijspedagogen contactpersoon.
De organisatie heeft recht op een correcte deontologische houding van de vrijwilliger met betrekking tot het naleven van onderlinge afspraken. Hij is gebonden aan de geldende privacyregels op school.
13. ORDE EN TUCHTMAATREGELEN
Orde en tuchtmaatregelen zijn middelen om de goede gang van zaken in onze school te vrijwaren. Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan er een ordemaatregel genomen worden. Dit kan zijn: een verwittiging, een strafwerk, tijdelijke verwijdering uit de les gevolgd door een aanmelding bij de directeur,... Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door elke vaste medewerker van de school. Indien nodig wordt de directeur op de hoogte gebracht en volgt er een overleg. Wanneer het gedrag van de leerling werkelijk een probleem vormt voor het verstrekken van onderwijs of voor de goede werking van de leergroep, kan de directeur in overleg met de klassenraad een tuchtmaatregel nemen.
Regeloverschrijdend gedrag wordt op school immers niet getolereerd. Hieronder wordt verstaan: ongewenst seksueel gedrag, pesten, agressie, hinderen van de goede werking van de school, storen van het lesverloop,…
Zowel een leerling als een leerkracht kan voor melding terecht bij de directie.
Mogelijke tuchtmaatregelen bij regeloverschrijdend gedrag zijn:
13.1 Time-out
Een speciale vorm van ordemaatregel is het gebruik van de time-outruimte. Dit is een prikkelarme ruimte, waar kinderen niet afgeleid kunnen worden door storende geluiden, visuele prikkels, lawaai of drukte. We zien de time-outruimte als een ruimte waarin het kind tot rust kan komen.
Vooraleer de time-outruimte gebruikt wordt bij probleemgedrag van een kind, wordt eerst en vooral samen gezeten met de IHP- trajectbegeleider en de leerkracht.
Samen met de IHP-trajectbegeleider (de pedagoog van het MPI) worden tussenstappen besproken die gezet kunnen worden door de leerkracht indien het kind dit probleemgedrag stelt.
Onder probleemgedrag verstaan wij alle vormen van problematisch gedrag dat het functioneren in de klas onmogelijk maakt.
In de meeste gevallen zal time-out de laatste maatregel zijn die wordt genomen, indien vorige stappen geen effect hadden op het gedrag van het kind.
De time-out duurt net zo lang tot het kind de tijd heeft gehad om tot rust te komen, met een maximum van 10 minuten. Na 10 minuten komt de leerkracht kijken of het kind rustig is. Indien dit het geval is, kan het kind de time-outruimte verlaten.
Indien het kind nog niet rustig is, kan de duur van de time-out nogmaals met een maximum van 10 aaneensluitende minuten verlengd worden.
De tijdsduur - hoelang het kind in de time-outruimte zit - wordt steeds visueel aan het kind getoond door middel van een klok.
Na de time-out wordt in de mate van het mogelijke samen met uw kind nagegaan waar het fout gelopen is en wat het kind anders had kunnen doen.
De directeur en de IHP-trajectbegeleider worden steeds op de hoogte gebracht indien er een time-out geweest is.
13.2. Schorsing
Wanneer het gedrag van de leerling werkelijk een probleem betekent voor het verstrekken van onderwijs en/of het opvoedingsproject van de school in het gedrang brengt, kan een tuchtmaatregel worden genomen in de vorm van een schorsing.
Een schorsing betekent dat gedurende een bepaalde periode de lessen en de activiteiten van de leerlingengroep niet mogen gevolgd worden. Het betekent niet dat de betrokkene niet op school moet zijn.
Procedure bij schorsing:
Een schorsing kan enkel uitgesproken worden door de directeur na advies van de klassenraad.
De directie moet gesproken hebben met de leerling en met minstens een van de ouders.
Er is een schriftelijk verslag van de feiten, dat de ouders ter inzage krijgen.
De beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en meegedeeld aan de ouders. Dit binnen de termijn van 5 werkdagen.
Tegen de tuchtmaatregel ‘schorsing’ is geen beroep mogelijk.
13.3 Uitsluiting
De zwaarste tuchtmaatregel is uitsluiting. Dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling definitief uit de school verwijderd wordt.
De procedure is dezelfde als bij schorsing. Tegen uitsluiting is wel beroep mogelijk. Hierover gelden volgende richtlijnen:
De uitsluiting is van kracht op het moment dat de leerling in een andere school ingeschreven is. Dit uiterlijk één maand, vakantieperiode niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de uitsluiting. In afwachting blijft de leerling geschorst. Ten laatste 5 werkdagen na ontvangst van de beslissing tot uitsluiting kunnen de ouders schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie. Het beroep schorst de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op.
De leerling wordt samen met zijn ouders per brief opgeroepen om te verschijnen voor deze beroepscommissie. Binnen de periode van 10 werkdagen na ontvangst van het beroep komt deze commissie samen. De ouders hebben inzage in het dossier.
Deze beroepscommissie heeft beslissingsbevoegdheid. Zij deelt gemotiveerd haar antwoord mee aan de ouders en het schoolbestuur: de uitsluiting wordt bevestigd of tenietgedaan.
Adres van de beroepscommissie:
t.a.v. K. Casaer, secretaris-generaal
VVKBuO-beroepscommissie
Guimardstraat 1
1040 Brussel
Tel: 02/5070627
|
14. ENGAGEMENTSVERKLARING
Wij kiezen als school voor een intense samenwerking met jullie als ouders.
We doen dat omdat we partners zijn in de opvoeding van uw kind. We verwachten dan ook dat u zich als ouder samen met ons engageert om nauw samen te werken.
Daarom vragen wij u ouders, om uw samenwerking met de school te willen garanderen door:
- aanwezig te zijn op oudercontacten, overlegmomenten en andere contactmomenten
- uw kind te stimuleren om thuis Nederlands te praten, ook al is uw moedertaal een andere taal.
U bevestigt uw samenwerking door uw handtekening te plaatsen onder deze engagementsverklaring.
15. PEDAGOGISCH PROJECT VAN DE BASISSCHOOL
Christelijke identiteit
Wij begeleiden de kinderen van onze basisschool vanuit een eigentijdse christelijke levensvisie.
Ontplooiing van ieder kind
Wij houden in de verschillende leergroepen zoveel mogelijk rekening met de individuele vraagstelling van de kinderen. Het is de zorg van het team om elk kind zijn eigen, specifieke mogelijkheden te laten ontdekken en te ontwikkelen op sociaal – emotioneel, psychomotorisch en cognitief vlak. Zo trachten wij bij te dragen tot een evenwichtige ontplooiing, een realistisch zelfbeeld en hun levensgeluk.
Kwaliteitsvol onderwijsaanbod.
Wij brengen de kinderen in contact met de verschillende componenten van onze cultuur: de wereld van de zingeving; taal en communicatie; het muzische; getallen; techniek; het samenleven met anderen, de kennis van verleden en heden.
Samenwerking met de ouders
Het leerproces verloopt in samenwerking met de ouders en binnen de mogelijkheden van zowel kind als gezin.
Doeltreffende (ortho)didactische aanpak
Wij streven naar een krachtige leeromgeving en een aangepast leerproces. Ons vertrekpunt is om handelend, vanuit waarneming en ervaring de dichte en ruimere werkelijkheid te leren kennen.
De school als gemeenschap en als organisatie
Om dit alles te realiseren werkt het team aan een klimaat van openheid en respect. Wij spannen ons in om naast een goede organisatie van het dagelijkse leven in de school, de dialoog en de overlegcultuur te bevorderen. Met het hele team blijven wij streven naar een eigentijdse professionaliteit en een handicapspecifieke manier van werken.
Er zijn samenwerkingsverbanden met het MPI Spermalie, de thuisbegeleiding, het CLB, het hoorcentrum, andere scholen en koepelorganisaties.
Dove en slechthorende kinderen
Wij besteden bijzondere aandacht aan de ontwikkeling van communicatie, sociaal-emotionele vaardigheden, cognitieve ontwikkeling en culturele vorming .
Sommige kinderen communiceren via horen, spraak afzien en spreken. Anderen hebben nood aan gebaren.
Bij sociaal-emotionele vaardigheden denken wij onder meer aan het leren uiten van gevoelens, vaardigheden in sociale omgang, bijbrengen van waarden en normen, leren omgaan met dove en horende mensen.
Kinderen met een visuele beperking
Ingaand op de noden van kinderen met een visuele beperking, besteden we bijzondere aandacht aan zelfredzaamheid.
Om dit te bereiken staan sociaal-emotionele ontwikkeling; de ontwikkeling van psychomotorische vaardigheden, het gebruik van tactiele en van auditieve waarneming en het zinvol gebruik van hedendaagse technologie centraal.
Kinderen geïntegreerd in het gewoon onderwijs
Wij bieden aangepaste hulp aan dove, slechthorende, blinde en slechtziende kinderen die de lessen en activiteiten volgen in het gewoon kleuter- of lager onderwijs. Deze begeleiding omvat ook ondersteuning van de leerkracht, de directie en het schoolteam.
Kinderen met een meervoudige visuele en/of auditieve beperking
We benaderen kinderen met een meervoudige beperking op maat van hun individuele behoeften.
We bezorgen hen deze bijzondere omgeving waardoor ze het gevoel kunnen krijgen iemand te zijn. In die omgeving krijgen ze extra kansen om hun mogelijkheden maximaal te ontplooien.
In een warme, professionele en communicatieve sfeer wordt gewerkt op een continue manier aan basisveiligheid, individualisering en zelfstandigheid.
Deze geïndividualiseerde en methodische begeleiding is het resultaat van een zeer nauwe en geïntegreerde samenwerking tussen onderwijs en zorg, in permanent overleg met de ouders.
Met leerkrachten, therapeuten, directie, administratief personeel, busbegeleiders en medewerkers van het MPI Spermalie, zetten wij ons in om het pedagogische project te realiseren. Wij doen dit overeenkomstig de hedendaagse normen van gezondheid, veiligheid en milieu.
16. LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR
NAAM |
ADRES |
TEL |
FAX |
|
|
|
|
OOSTERLINCK Koen
voorzitter |
Berkenhagestraat 66
8210 Zedelgem |
050/24.03.97 |
|
DE MAN Luc |
Korte Zerkegemstraat 10
8490 Jabbeke |
050/81.23.24 |
|
DE WAELE Diane |
Leopold I-Laan 102
8000 Brugge |
050/31.10.75 |
|
DEWAGTERE Karlos |
Caverstraat 43
8490 Jabbeke |
050/81.38.67 |
|
GELLYNCK Piet |
Goezeputstraat 31
8000 Brugge |
050/33.44.12
0479/48.65.58 |
|
LANSEN Maria |
Snaggaardstraat 9
8000 Brugge |
050/34.03.41 |
050/33.73.06 |
LIEVENS Allan |
Hoedenmakerstraat 9
8000 Brugge |
050/33.87.93 |
050/33.87.93 |
ROOSE Herman |
Molenakker, 8
8310 Assebroek |
0495/53.29.74 |
|
SERCU Jaak |
Kortrijksestraat 2
8850 Ardooie |
051/74.89.45 |
051/74.89.51 |
VANOVERBERGHE Ria |
Ter Lo 28
8310 Sint-Kruis |
050/35.57.38 |
|
Adres van de basisschool:
K.I. Spermalie
Basisschool voor Buitengewoon Onderwijs
Snaggaardstraat 9
8000 Brugge
Schoolnummer 026311
Secretariaat van de basisschool:
Tel: 050/47 19 84
GSM: 0472/920 100
Fax: 050/47 19 82
E-mailadres: info@basisschool-spermalie.be
Rekeningnummer: KB 470-0317851-06 (IBAN: BE85 4700 3178 5106)
Open op schooldagen tussen: 8.15u - 12.05u en 13.30u - 16.15u
op vrijdagnamiddag tot 15u30
|
|